Kilo’s zijn het minst belangrijk tijdens het afvallen

weegschaal 2

Een groot deel van ons Nederlanders zou het liefst zoveel mogelijk kilo lichaamsgewicht kwijt zijn in een zo kort mogelijke tijd. Tijdens het afvallen wordt er dan ook erg vaak, soms wel dagelijks, op de weegschaal gestaan om te kijken of er weer een kilotje af is. Als dat kilotje er daadwerkelijk af is, komt er een euforisch gevoel naar boven; Yes! weer een kilo minder! Maar waarom de meeste mensen maar blijven kijken naar die kilo’s is voor mij en alle andere Personal Trainers nog steeds een grote vraag. Het is al meerdere jaren bekend dat het afvallen helemaal niet gaat om het aantal kilo’s lichaamsgewicht die je verliest, maar om het vetpercentage en het visceraal vet!

Er bestaan 2 soorten ‘dik’ zijn:
De meest bekende vorm is het typische ‘Big Mama’ geval. Een duidelijk té dik lichaam waarbij alle vetrollen, dubbele kinnen en dikke enkels duidelijk te zien zijn. De tweede vorm van te dik zijn, is voor de meeste mensen op het eerste gezicht niet te herkennen. Deze mensen zien er meestal ‘gewoon’ goed, gezond en niet te zwaar uit. Tóch zijn deze mensen te dik. Dit komt door het percentage aan lichaamsvet wat er aanwezig is in het lichaam. Een voorbeeld: een man van 30 jaar heeft een lengte van 1.85 meter en weegt 83 kilo. hij heeft een vetpercentage van 30%. Als een dokter deze cijfers ziet, adviseert hij deze man vrijwel direct om dringend af te vallen. Je zou het niet zeggen want hij weegt 83 kilo, en zit dus prima op zijn streefgewicht…

Je lichaamsgewicht is opgebouwd uit het totaalgewicht van je botten, spieren, organen, vocht en het lichaamsvet. Het komt erg vaak voor dat als mensen gaan afvallen, zij vooral kilo’s aan vocht en spier verliezen terwijl het vet nauwelijks verbrand en lekker op zijn plaats blijft zitten. Als je dus alleen maar een weegschaal gebruikt als meetinstrument, en je niet dieper gaat kijken naar de andere waarden zoals het vetpercentage, weet je niet in welk soort weefsel je bent afgevallen en is de kans erg groot dat je staat te juichen omdat je denkt een kilo vet kwijtgeraakt te zijn, terwijl je eigenlijk onbewust staat te juichen om een kilo minder aan spier en vocht. Hierdoor ben je zelfs nóg ongezonder dan daarvoor want spieren zijn essentieel voor een goed metabolisme en een goede stofwisseling!

Spieren zijn de redding:

Het enigste weefsel in het lichaam dat in staat is om vet te verbranden, is het spierweefsel. De spieren zijn de verbrandingsmotoren. Hoe minder spierweefsel, des te minder vet er dus verbrand kan worden. Het geen wat je dus absoluut niet wilt is spiermassa verliezen. Hierdoor kan er dus minder vet verbrand worden. Je moet de spiermassa dus zo zwaar mogelijk zien te houden. Dit doe je onder andere door krachttraining en het eten van voldoende eiwitten en goede complexe koolhydraten. Dus stel: je staat op de weegschaal en bent weer 3 kilo afgevallen, en deze 3 kilo bestaat uit spier en vocht en maar voor een paar procent uit vet, dan ben je dus nog verder van huis.
Kijk daarom niet alleen maar naar het aantal kilo’s, maar als eerste naar het vetpercentage. Het vetpercentage is namelijk de grootste boosdoener als het gaat om hart- en vaatziekten, overgewicht, morbide obesitas, diabetes etc. Tevens zal je met een te hoog vetpercentage, nooit het gewenste strakke lichaam krijgen waar je van droomt. Het geen wat je eigenlijk moet hebben, is een zo zwaar mogelijk lichaam met een zo laag mogelijk vetpercentage. Dit betekend automatisch dat je veel spiermassa hebt, want spieren zijn erg zwaar. Hierdoor heb je dus ook een grotere vetverbrandingsmotor in het lichaam.

Dit wilt niet zeggen dat je je weegschaal bij het grof vuil mag zetten. Het aantal kilo’s lichaamsgewicht zit namelijk gelinkt aan het vetpercentage: als het vetpercentage omlaag gaat, gaat het gewicht ook omlaag. Leg je focus daarom eerst op het meten van je vetpercentage, en ga daarna is kijken wat dit heeft gedaan met je lichaamsgewicht en hoeveel kilo aan vet je kwijt bent geraakt. Gebruik de weegschaal dus slim en strategisch.
Het kan zo zijn dat je wél bent afgevallen in kilo’s, maar dat je vetpercentage hetzelfde is gebleven. Dit betekent automatisch dat je bent afgevallen in spiermassa in plaats van vet, en dus nog ongezonder en ‘dikker’ bent. dit is dus wat je absoluut niet wilt!

Hoe meet je het vetpercentage:

Het vet percentage is op verschillende manieren te meten. Klik hier om 1 van mijn vorige blogs te bekijken over welke vetpercentage meting het meest betrouwbaar is, en hoe je deze moet uitvoeren.
Hoeveel vetpercentage gezond is, ligt onder andere aan het geslacht (mannen hebben een veel lager vetpercentage dan vrouwen) en de leeftijd. Op internet zijn er allerlei tabellen te vinden met daarin de waardes van een gezond vetpercentage op leeftijd en geslacht.

Visceraal vet:

Het viscerale vet is het meest gevaarlijke vet. Dit vet is het diep gelegen buikvet. Hier wil en moet je zo snel mogelijk vanaf. Als dit namelijk te veel wordt, is dit een gevaar voor de viscerale organen omdat deze als het ware worden samengedrukt door al het viscerale vet. Een goede manier om het viscerale vet te meten, is door het meten van je buikomvang. Ook de waardes van een gezonde buikomvang is overal op internet te vinden.

Lees ook:Meer spieren = hogere vetverbranding
Lees ook:Sta vaker op de weegschaal
Lees ook:Froukje de Both -17 kilo!
Lees ook:Hoe voorkom je dat je opnieuw aankomt, na te zijn afgevallen
Lees ook:Vet! Spieren zijn echt zwaarder dan vet!

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>